Voor het eerst in lange tijd weer eens een zaterdag vissen zonder vismaat. Sander moet werken, Thijs is met zijn meisje naar de dierentuin en Renier is ongetwijfeld druk bezig met papa-taken… Ik laat de boot dan ook lekker thuis en trek met de vliegenlat de polder in. Maar eerst net iets langer uitslapen dan normaal, lekker rustig de boel op orde maken en tegen een uur of 9 pas van huis… Heerlijk.
Op de stek die ik op het oog heb staat reeds een andere visser te werpen. Ik wil niet in zijn weg zitten en besluit de boerenweg maar een kilometertje of wat af te rijden en rustig in zijn richting te vissen. Zo kunnen we allebei een paar uurtjes vissen zonder dat we in ‘elkaars’ water vissen. Ik tuig op met de vertrouwde groene streamer. De tweede worp levert me al een spectaculaire aanbeet op. Een snoekje van zo’n 70cm, die helaas niet scherp op de foto wil. Wat doet het er toe, op zo’n mooie dag is het vast niet de laatste! Ik vis rustig de bruggetjes en duikertjes af, mend de lijn om struikjes heen. Het is echt een mooie dag.
Even verderop stopt een auto. Een man komt stampvoetend op me af. ‘Die komt vast niet om te vragen of ik al wat gevangen heb…’, denk ik bij mezelf. Ik stop even met werpen. De man heeft een uitdrukking op zijn gezicht alsof er geen ‘goedendag’ vanaf kan. De openingszin is echter nog erger dan verwacht. ‘Hee jij! Ik zou daar maar eens snel mee stoppen als ik jou was!’, schreeuwt de man van 20meter afstand naar me toe. Oeiii… Ik kan daar slecht tegen. Ik schraap mijn keel. ‘Sorry meneer, wat bedoelt u?’. De man staat nu vlak bij me. ‘Jij hebt hier geen vergunning voor!’, snauwt de man me toe. Ik moet er bijna om lachen. ‘Jawel hoor, die heb ik wel.’ De man kijkt hooghartig. ‘Gelul! Die heb je niet!’. Ik noem de naam van de hsv waar ik lid van ben. De man maakt een gebar alsof hij iets weggooit. ‘Gelul, hoor je me? Gelul! Dit is privé water. Je moet je vergunning lezen!’. Nogmaals, ik kan hier slecht tegen. Ben ik ergens niet welkom, prima. Vis ik per abuis in de verkeerde sloot, prima. Maar het is de toon die de muziek maakt. ‘Ik leefde in de veronderstelling dat ik hier mocht vissen meneer. Ik weet het eigenlijk wel bijna zeker. Die sloot daar is ook van de hsv. En ginder is het ook aan die hsv verpacht.’ Ik probeer beleefd te blijven. ‘Gelul! Allemaal gelul! Die hsv van jou betaald niks! En jij? Betaal jij voor het uitbaggeren van die sloten hier? Dat doe ik! Dit is privé!’
Nu moet de lezer weten dat ik al 6 of 7 jaar in de betreffende sloot vis. Nooit heb ik ook maar één opmerking gehad. Integendeel, bewoners komen vaak even een praatje maken, of groeten als ze langsrijden. Een vriendelijke dame heeft zelfs al eens een foto van me genomen. Maar vandaag tref ik een heuse boer met kiespijn.
‘Meneer, in mijn vergunning staat dat…’ Ik word afgekapt midden in mijn zin. ‘Gelul! Je moet je vergunning lezen!’ ‘Meneer, ik…’ ‘Je moet je vergunning lezen!!!’ ‘Meneer…’ ‘Je vergunning lezen, dat moet je!!!’
Aiii…
Ik haal mijn schouders op. Mompel wat. Maar de beste man is nog niet uitgeraasd. ‘Jij stopt NU met vissen, hoor je?’. En daar komt het wijzende vingertje. Aiii… ‘Meneer, wat is nu precies het probleem? Ik wil gewoon een visje vangen. Als u last van me heeft, dan ga ik wel een stukje verderop…’ ‘GELUL!!! Dat is ook privé! Alles hier is privé! Doodmoe word ik van die vissers, vorige week waren er hier ook al een stuk of tien, ik moet dat niet hebben!!!’ Een stuk of tien, die allemaal niet weten in welke sloot ze mogen vissen, denk ik bij mezelf… Ik zucht en kijk de man hoofdschuddend aan. Hij maakt een wijds gebaar over de polder. ‘Zie je die landerijen? Privé! Zie je die sloten? Privé! Zelfs de weg waarop je staat is privé!!!’
‘Zo, die weg ook al’, gooi ik er uit, ‘man, waarom ga je geen tol heffen!?’ Ja sorry hoor, ik kon het NIET laten… De beste man was duidelijk ‘not amused’. Sterker nog, hij werd witheet en ik maakte voorzichtig aanstalten om hard weg te rennen indien nodig… Ik ben geen klein kereltje, maar de kerel is minstens zo lang als ik, twee keer zo breed en ik schat mijn kansen laag in mocht het tot een handgemeen komen…
Weer dat vingertje. ‘Weet je? Jij stopt NU met vissen! En daar wou ik het bij laten!’, knarst de beste man. Ik neem het heerschap nog eens goed in me op. Dan haal ik mopperend mijn hengel uit elkaar en loop terug naar de auto.
Uiteraard heb ik meteen even opgezocht hoe het nu zat met de regels. Die zijn in veel polders nogal verwarrend, omdat veel percelen inderdaad privé zijn. Echter heeft de hsv er wel het visrecht. Hier bleek dat het visrecht enkele perselen eerder stopte. Dit stond echter niet ter plaatse aangegeven, en ik mijn onwetendheid was ik gewoon gaan vissen. Strikt genomen had de beste man dus gelijk. Anderzijds, zoals ik al zei, het is de toon die de muziek maakt… Ik besluit te verkassen, maar het gebeuren blijft nog wel even door mijn hoofd spoken.
Ik mis op een andere stek al snel een klein snoekje, een half uurtje later een tweede en de derde volgt een uurtje later als ik een erg ondiepe zijsloot aan het afvissen ben. Ik was afgeslagen omdat deze zijsloot er mooi breed bij lag, maar het was er erg ondiep. Misschien 30, 40cm? ‘Wat een frutsloot… Nog één worp’, dacht ik bij mezelf. Ik kijk over mijn schouder naar mijn laatste achterwaartse worp, en als ik weer voor me kijk is er een gi-gan-ti-sche kolk… Alsof iemand van drie hoog een piano in het water heeft gegooid. K. *. T. Dat was een bak… Snel maak ik mijn worp af en vis de streamer behoedzaam binnen. Vlak voor de kant zie ik haar. Anderhalve meter achter de streamer. Ze toont haar flank (wow!) en spurt er als een gek vandoor. Damn. Natuurlijk vis ik de stek nog een paar keer goed af. Ook een half uurtje later, natuurlijk. Geen reactie. Ik mis wel nog een kleintje. Jippie.
Ik besluit nog een keer te verkassen. Een andere mooie sloot, waar ik nog niet eerder was. Het water is wat troebeler. Ik besluit van streamer te wisselen. Ik vis de smalle, troebele sloot worp na worp af. Achter me ligt een fietspad en daarachter een autoweg. Ik moet dus oppassen. Net als ik me begin te ergeren aan de drukte, die troebele sloot voor me en zelfs een beetje aan dat tobberige, inefficiënte gezwiep met zo’n vliegenhengel, krijg ik een aanbeet die niet zou misstaan in ‘a backyard in nowhere’. W.O.W.! Dáárom vis ik zo graag met de streamer! Ik sla aan en een flinke snoek zet de smalle sloot even flink op stelten. De vis blijft diep en ploegt de bodem om. Voelt goed. Als ik haar zie schat ik haar zeer ruim in de 80. Dan schud ze met haar kop en plots is ze los. Welja. Past wel in de lijn van de dag.
Een stukje verderop versmalt de sloot zich nog verder en ligt aan beide kanten ervan een stuk tuin. Echt privé dus. Het enige hoekje waar ik kan werpen is dar waar de weg een bocht maak en ik tussen twee bomen door een bruggetje kan bestoken. Bij de eerste worp schiet het speldaas alle kanten op. Dat is veelbelovend. De tweede worp knalt een leuke snoek over de streamer heen. Hangen! Op hetzelfde moment komen twee grote herders aanhollen in de tuin. Ze blaffen en bijten naar elkaar. Er zit slechts een hek tussen mij en hen. ‘Met mijn mazzel vandaag duwen ze vast het hek open’, denk ik bij mezelf. Dat blijkt mee te vallen, maar wat een geblaf en wat een herrie. Ik land de snoek en laat de foto achterwege voordat deze weer mag zwemmen. Vanwege de herrie wil ik doorlopen, maar ben eigenlijk wel gek… Hier zit immers al dat speldaas. Nog een worp dan maar. Meteen weer een aanbeet, kort hangen en meteen weer los. Balen. Nog een worp dan. Meteen knalt er weer een andere snoek op. Deze mag ook zonder foto weer terug. Nu lijkt de koek op, ik maak nog tien worpen maar geen reactie meer. Kijk, zo gaat het opeens vlug.
Ik loop de sloot de andere kant op. Ik zie kleine kringen in een versmalling. Witvis? De tweede worp krijg ik een snoeiharde aanbeet. Als ik aansla ontglipt de lijn me en dat moet er eventjes heel stuntelig uitgezien hebben. Als ik weer contact heb met de vis is deze eigenlijk alweer los. Pfff… Ik besluit vanaf hier terug te vissen. Ik moet weer opletten hoe ik werp, maar eigenlijk gaat het best lekker. Met beleid kan ik de streamer mooi onder de struiken aan de overkant werpen. Een vijftig meter verderop plant ik de streamer weer prachtig onder een struik, en waar je op zo’n moment op hoopt gebeurt nu ook. Whop, en de streamer is verdwenen. Prachtig! Een leuke vis van misschien net 70cm. Toch maar even een plaatje:
Ik mis er in dit kommetje nog een en krijg nog een volger die echt niet wil. Het is bijna tijd om naar huis te gaan. Toch nog maar een keertje terug lopen? Vooruit dan. Mijn streamer ziet er niet meer uit en ik wissel nog maar eens. Een andere groene, natuurlijk. Het is in het laatste restje licht van de dag dat ik mijn worpen maak. Net als ik wil inhouden voor een fietser, zie ik vanuit mijn ooghoeken mijn streamer verdwijnen in een schuimend gat. De jongeman op de fiets stopt meteen. ‘Vind je het erg om zo even een foto te maken?’, zeg ik voorbarig. Mijn voorbarigheid wordt niet afgestraft en na een pittige dril mag ik een snoek van rond de 90cm landen. De hoofdprijs van deze dag. De goal in de laatste minuut.
Het is mooi geweest. Vijf snoeken, een boze boer en een beul gemist. Wat een dag, wat een dag…
Snoekgroeten,
Robert-Paul




Fantastisch verhaal RoPa.
Ik heb mijzelf vandaag ook lekker “vergrepen” aan de vliegenlat. 1,5 uur duurde de vissessie, het plezier ervan de hele dag. Vliegvissen is bij verreweg de mooiste tak binnen de visserij!
Wij moeten snel samen maar eens gaan zwiepen!
Hoi Renier,
Aan mij ligt het niet hoor, vistijd genoeg! Geef maar een seintje als je eens op stap wilt, ik weet nog wel wat leuke stekken!
Groeten!