De kunst van het kunstaasvissen, deel 6


Geplaatst op 10-11-2008

De kunst van het kunstaasvissen, deel 6
De kunst van het kunstaasvissen, deel 6

Jerkbaits: fenomenaal kunstaas voor alle seizoenen.

Het is al weer een tijdje geleden, ik schat een kleine 3 maanden, dat ik deel 5 van deze artikelserie schreef en nu ik met deel 6 ga beginnen, zijn de visomstandigheden in de polder behoorlijk veranderd. Allereerst is het water stukken kouder geworden en daar is vooral de snoek blij mee want dat betekent veel meer zuurstof in het water.
Ook is men begonnen met de z.g. “Najaarsschouw” wat betekent dat de boeren, waterschappen en andere landeigenaren de poldersloten en ook de oevers moeten ontdoen van waterplanten en riet. Dat maakt het voor ons kunstaasvissers stukken gemakkelijker om bij het viswater te komen en ook is de kans op vastzitten aan al dat groen veel kleiner.
Het is voor mij dan ook min of meer de tijd waarop het “echte” kunstaasvissen gaat beginnen.
Ik bedoel daarmee te zeggen dat nu ik niet gehinderd word door hoge rietkragen, grote velden met wier, waterpest, waterranonkel en ander groen, ook kunstaas met meerdere dreggen kan inzetten. En of dat nu pluggen, poppers of jerkbaits zijn, maakt niet uit.
In de komende artikelen ga ik eerst wat meer vertellen over het type kunstaas dat 10 tot 15 jaar geleden in Nederland min of meer totaal onbekend was: jerkbaits, pluggen komen later.




Al lang populair in Amerika

Het vissen met jerkbaits mag dan een vrij nieuwe vorm van kunstaasvissen in Nederland zijn, het betekent niet dat jerkbaits nog maar kort geproduceerd worden. Tijdens mijn allereerste trip naar Amerika, ik mocht op het International Musky Symposium in LaCrosse, Wisconsin, USA een lezing over grote Europese snoeken verzorgen, kon ik in het zwembad van het Radisson Hotel diverse demonstraties hoe je met jerkbaits moet vissen, meemaken.
Daar werden jerkbaits van vaak 100 gram en zwaarder door het water gerukt, to jerk betekent ook rukken in het Engels, en zag ik hoe de actie er letterlijk ingeslagen werd. De korte eendelig hengels met grote reel met daarop minimaal 50 ponds dacron lijn deden me aan de big game visserij denken en leken me veel te zwaar voor het vissen op snoek.
Maar toch zag je in de begeleidende diapresentaties of filmpjes dat er niet alleen grote muskies met deze jerkbaits maat XXXL werden gevangen maar ook snoeken. Van verschillende producenten kreeg ik wat monsters mee om in Europa op kanjersnoeken te testen. Ik weet nog goed hoe ik bij terugkomst enkele van deze jerkbaits aan Bertus Rozemeijer gegeven heb om te testen. Bertus viste immers veel meer op groot water dan ik en had misschien meer vertrouwen in deze “panlatten met veel te grote dreggen”. Verkeerd gedacht want ik weet dat ze ook bij Bertus in 1984 niet uit de viskoffer, voor zover ze er in pasten, kwamen en pas een kleine 15 tot 20 jaar later gingen we er mee vissen.
Vooral de Suick Thriller jerkbaits, waarvan de productie al in 1942 gestart is, begonnen succes op te leveren, ja zelfs in de polder ving ik snoek aan de 9 inch, (= 23 cm) versie.
Misschien vragen de lezers zich af waarom we toen wel met deze grote jerkbaits gingen vissen en ook succes hadden? Goede vraag en ik zal meteen het antwoord geven.
Door de introductie van de gevlochten dyneema lijnen, die een heel hoge trekkracht bij lage diameter bezitten, kon men voldoende lijn op kleine reels kwijt. Ook bezit deze lijn praktisch geen rek en kon je door lichte tikken met de hengeltop de jerkbaits de juiste actie geven.
Ook kwamen er nu linkshandige reels op de markt, werden er goede baitcasters, hengels met een revolvergreep, kleinere geleideogen en een strakke actie met voldoende werpvermogen ontwikkeld. Je hoeft nu niet meer met een zware pook met dito reel naar de waterkant om na een uurtje werpen te constateren dat je behoorlijk spierpijn in je armen gekregen had.




Kleinere jerkbaits komen op de markt

Als hengelsportjournalist met als specialiteit het vissen op snoek, kon ik natuurlijk niet achterblijven en wilde ik ook een deuntje meeblazen op jerkbaitgebied. Ik viste in het begin vooral met de duikende jerkbaits zoals de eerder genoemde Suick Thriller, de Bobbybait, de Halve Liter van Arjan Willemsen en Smitty Baits. Geloof me, dat was hard werken en als je dan ook nog last krijgt van een z.g. tenniselleboog, verdwijnt de animo om met dit kunstaas de snoek te verleiden, behoorlijk snel.
Van vismaat Peter Nan kreeg ik in die periode een heel kleine jerkbait waarmee hij veel succes had in de polder en die je met een veel lichtere baitcaster kon vissen. De naam van dit wonderding: Little Ace Flipper. Een glijdende jerkbait, langzaam zinkend die heel mooi op een zig-zag manier door het water ging en met grote gretigheid door vriend Esox gepakt werd.
Voor mij het ei van Columbus en ik heb snel wat van deze “Flippertjes” in Engeland besteld.
Er waren al snel een aantal hengelsportzaken die deze glijdende jerkbaits begonnen te importeren en ook de doe-het-zelvers onder de snoekvissers begonnen zelf dit type jerkbaits te maken. Ik denk dan aan de Heiddy van Eddy te Mebel en Hein Heusinkveld, de creaties van Ad Dam, de Tukker van Eric de Lange en de vele modellen van Cees van Straaten.
De grote fabrikanten kunnen dan niet achterblijven en vooral de introductie van de kleinere Fatso en Slider jerkbaits van Salmo hebben het jerkbaitvissen een stevige impuls gegeven.
Ik weet nog goed dat ik een paar testmodellen van de Salmo Slider 10 cm in zinkende uitvoering kreeg net voordat ik met een groepje vismaten naar Ierland zou gaan.
Deze 46 gram wegende jerkbait maakte alle snoeken op Lough Corrib gek en het is nog steeds een van mijn meest succesvolle jerkbaits. Dat kan ik trouwens ook van de 10 cm zinkende Salmo Fatso jerkbait zeggen. Ik viste een keer met Henk Simonsz mijn Westfriese poldergebied en wierp mijn Slider 10 net iets te ver en bleef muurvast in wat rietstengels aan de overkant zitten en trok mijn 0,28 mm dyneema lijn tenslotte kapot. Toen maar een Salmo Fatso 10 in zinkende uitvoering gemonteerd en ook daar ving ik meteen mee. Zelfs zo goed dat ik de Slider 10 die ik na een paar honderd meter omlopen weer gered had, rust gaf.
Deze Fatso 10 is daarna tot het einde van het seizoen niet meer van de onderlijn af geweest en ik heb er in totaal 127 snoeken, tussen de 34 en 106 cm, mee gevangen. Door dat resultaat krijg je natuurlijk een enorm vertrouwen in een dergelijk stukje kunstaas. Het maakt dan niet uit dat de stukken lak en verf verdwijnen en het maakt ook niet uit of je hem langzaam of snel binnen tikt. Ik schreef het al zo vaak: “Wie er vangt, heeft gelijk.” Ik heb inmiddels wel gezien dat ik mijn jerkbaits sneller binnen vis dan veel collega’s en gastvissers waarmee ik de polder in ga.
Maar omdat zij ook hun portie snoek en soms een snoekbaars vangen, is er geen enkele reden om hun manier van jerken te veranderen. Ik geloof ook niet dat er een bepaalde, zaligmakende, manier van je jerkbait vissen is. Daar kwam ik vorig week tijdens het vissen met een jeugdvisser uit Luxemburg nog achter. Vol trots liet hij mij een Salmo Fatso 10 jerkbait in baarskleur zien. Daar had hij op de avond van aankomst op bungalowpark “De Vlietlanden” al meteen een snoek van 102 cm mee gevangen. Op mijn vraag of hij deze jerkbait snel of langzaam gevist had, kwam het totaal onverwachte antwoord dat hij met deze jerkbait getrold had toen de metersnoek aanbeet. Er zijn dus vele manieren om met jerkbaits snoek en andere roofvissen te verleiden. In de volgende aflevering zal ik daar verder op in gaan en ook neem ik dan de totale uitrusting voor deze visserij onder de loep.

Jan Eggers





Terug naar het overzicht

De kunst van het kunstaasvissen, deel 6
De kunst van het kunstaasvissen, deel 6
De kunst van het kunstaasvissen, deel 6
De kunst van het kunstaasvissen, deel 6
De kunst van het kunstaasvissen, deel 6
De kunst van het kunstaasvissen, deel 6
De kunst van het kunstaasvissen, deel 6
De kunst van het kunstaasvissen, deel 6
De kunst van het kunstaasvissen, deel 6